Wedstrijd Reglement

WEDSTRIJDREGLEMENT 2019-2020

(deze editie vervangt alle vorige)

1. Elke wedstrijd duurt bij normaal verloop 52 minuten verdeeld in 4 spelperiodes van elk 13 min. Begin en einde van elke spelperiode worden aangegeven door een fluitsignaal van de scheidsrechter. Na de eerste en de derde spelperiode is 1 min rust toegelaten, na de tweede spelperiode is 3 min. toegelaten. De duur van elke spelperiode moet worden verlengd voor het nemen van een strafschop of een cornerbal. Na de tweede rustperiode verwisselen de ploegen van speelhelft. Alleen de scheidsrechter zal oordelen over de juiste speelduur van de wedstrijd.

2. De wedstrijden worden gespeeld met kleine doelen.

3. Elke ploeg speelt met 5 spelers en maximaal 3 wisselspelers. Het aantal vervangingen is onbeperkt. De vervanging mag op elk ogenblik gebeuren. Elke vervanging moet echter gebeuren op de middellijn en enkel langs de kant van de wisselspelers, zowel voor de inkomende als voor de uitgaande speler. De uitgaande speler moet eerst het terrein verlaten hebben voor de wisselspeler het terrein betreedt. Spelers, wiens naam niet op het wedstrijdblad voorkomen, mogen niet worden opgesteld. De spelers, die op het wedstrijdblad staan genoteerd, moeten in uitrusting zijn.

Spelers die tijdens de eerste speelhelft toekomen (maar reeds op het blad waren vermeld) moeten toelating vragen aan de scheidsrechter om het terrein te betreden en hem eerst hun identiteitskaart of rijbewijs tonen. Spelers die tijdens de tweede speelhelft toekomen zijn NIET meer speelgerechtigd.

4. Bij aanvang van de wedstrijd dient een ploeg te beschikken over minstens 4 aanwezige effectieve spelers. Indien om een of andere reden tijdens het spel dit aantal slinkt tot minder dan 3, dient de wedstrijd gestopt te worden en maakt de scheidsrechter verslag op.

5. Er is geen off-side. Er is geen vaste doelman zodat niemand de bal met de hand mag spelen.  Een speler mag niets dragen dat gevaarlijk kan zijn voor de andere spelers.

6. De ploeg, door de toss begunstigd, heeft het recht haar kamp of de aftrap te kiezen. Nadat de scheidsrechter teken heeft gegeven, vangt het spel aan met een trap op de bal, gelegen op het middelpunt van het speelveld en dit door een speler van de aftrappende ploeg in gelijk welke richting. Alle spelers moeten zich op hun eigen speelhelft bevinden tot de beginschop is genomen. De spelers van de niet aftrappende ploeg moeten zich op min. 5 meter van de bal bevinden tot de beginschop is genomen.

De nemer van de aftrap mag de bal geen tweede maal spelen voor deze door een andere speler is gespeeld. Uit een beginschop kan niet rechtstreeks een doelpunt worden gemaakt. 

7. De bal is uit het spel indien:

a) hij volledig over een zij- of doellijn is gegaan (over de grond of in de lucht).

b) het spel door de scheidsrechter wordt onderbroken.

Op elk ander ogenblik is de bal in het spel van het begin tot het einde van de wedstrijd, ook in de hierna genoemde gevallen:

a) indien hij in het speelveld terugspringt na een doelpaal of dwarslat te hebben geraakt of na de scheidsrechter te hebben geraakt die zich in het speelveld bevindt.

b) ingeval van een veronderstelde overtreding van de spelregels zolang de scheidsrechter geen beslissing heeft genomen.

De lijnen behoren tot het gebied dat zij afbakenen. Bijgevolg behoren de zij- en doellijnen tot het speelveld. De bal is dus uit het speelveld indien hij de lijn volledig heeft overschreden. Een intrap wordt dan gegeven op een bal die stilligt op de zijlijn. Bij elke intrap moeten de tegenstrevers op min. 5 meter afstand blijven. Een intrap wordt aanzien als een onrechtstreekse vrije schop, men kan dus NIET rechtstreeks scoren vanaf de zijlijn. Bij intrap wordt de bal met de voet in het speelveld gebracht. Raakt de speler die intrapt de bal twee keer na elkaar aan, dan wordt een vrijschop toegekend aan de tegenstrever.

8. Een doeltrap wordt gegeven als de bal de doellijn volledig heeft overschreden en ook wanneer een doelpunt aangetekend werd. Hij wordt gegeven van achter de doellijn, en dit van in de binnen cirkel. Na een doelpunt moeten de spelers zich op hun eigen speelhelft opstellen totdat de bal terug in het spel is gebracht en kan slechts geldig hernomen worden met een fluitsignaal van de scheidsrechter. In de andere gevallen moeten de tegenstrevers zich tot buiten het strafschopgebied terugtrekken totdat de bal terug in het spel is gebracht. De speler die de doeltrap geeft mag zelf met de bal aan de voet vertrekken. De bal moet volledig stil liggen vooraleer de doeltrap kan genomen worden. Bij doeltrap kan niet rechtstreeks gescoord worden.

Doeltrap, vrije trap of de bal terug in het spel brengen vanop de zijlijn moeten binnen de 5 seconden gebeuren zoniet gaat de bal naar de tegenpartij.

Wanneer de doeltrap naar de tegenpartij gaat wil dit zeggen dat deze genomen wordt onrechtstreeks vanop de middenstip.

9. Een strafschop wordt toegekend bij een rechtstreekse fout of handspel in het strafschopgebied. Deze wordt getrapt van in het middelpunt van het terrein naar het onverdedigde doel. Geen speler mag zich tussen de bal en het doel bevinden. Alle spelers dienen zich achter de middenlijn te bevinden.

10. Bij minivoetbal wordt handspel gefloten als er een beweging is van hand of arm naar de bal. De arm reikt tot en met het schoudergewricht. Een aangeschoten, onverwachte bal vanop korte afstand getrapt tegen de hand of arm wordt dus niet gefloten. Er wordt ook geen strafschop gefloten als de hand of arm gebruikt wordt om gezicht of onderbuik te beschermen.

11. Cornerballen worden bijgehouden en opgeteld. Elke vierde cornerbal wordt vanuit het cornerbalpunt (op de doellijn, 3 meter van de zijlijn af) getrapt.

Uitvoering cornerbal

a) de bal wordt naar keuze, links of rechts van het doel op het cornerbalpunt gelegd.

b) de eerste speler neemt plaats achter de bal.

c) de tweede speler neemt plaats buiten het strafschop gebied en achter de strafschoplijn.

d) de eerste speler zendt de bal in één beweging met de voet naar de tweede speler, die de toegezonden bal rechtstreeks naar het onverdedigde doel kopt.

Tijdens het trappen van cornerballen nemen alle spelers plaats achter de middellijn. Na cornerbal wordt het spel hervat met een doeltrap.

Elk protest tov.de scheidsrechter van een lid vermeld op het wedstrijdblad kan daarenboven bestraft worden met een extra corner. Deze wordt toegevoegd aan het reeds verworven aantal corners van de tegenstrever.  

Wordt daarbij het aantal van vier bereikt of overschreden, dan wordt aan de tegenstrever eerst een cornerbal toegekend en het aantal corners wordt verminderd met vier.  

De spelhervatting is steeds een scheidsrechtersbal

12. De vrije schoppen worden ingedeeld in twee soorten:

a) de rechtstreekse vrije schop, waardoor rechtstreeks een doelpunt mag gemaakt worden tegen de overtredende ploeg.

b) de onrechtstreekse vrije schop, waaruit niet rechtstreeks kan worden gescoord; deze wordt door de scheidsrechter aangegeven door zijn arm vertikaal tot boven zijn hoofd uitgestrekt te houden totdat de vrije schop zijn eerste uitwerking heeft gehad, d.w.z. totdat de bal door een andere speler is geraakt of hij uit het spel is gegaan.

Wanneer een speler een vrije schop neemt moeten de tegenstanders zich op tenminste 5 meter van de bal bevinden. De bal moet stilliggen op het ogenblik dat de vrije schop wordt genomen. De speler die de vrije schop neemt mag de bal geen tweede keer spelen voor hij door een andere speler is aangeraakt. Indien een speler tot op minder dan 5 meter van de bal nadert voor de vrije schop is genomen dient de scheidsrechter de vrije schop te laten hernemen, de schuldige speler een verwittiging te geven of in geval van recidive uit te wijzen.

Een speler die opzettelijk een van de volgende overtredingen begaat wordt bestraft met een rechtstreekse vrije schop:

a) een tegenstander trappen of slaan of pogen te trappen of te slaan

b) spuwen naar een tegenstander

c) een tegenstander vasthouden of duwen

d) een tegenstander langs achter aanvallen

e) een tegenstander doen vallen of pogen te doen vallen met de benen

(voetje lichten) of zich voor of achter hem te bukken

f) op een tegenstander springen of hem op ruwe of gevaarlijke wijze

aanvallen (zoals o.a. de zogenaamde “sandwich”)

g) een tegenstander met de schouder aanvallen

h) een “sliding” (altijd en overal, bv. pogen de bal uit het doel proberen te houden, bal proberen binnen te houden aan zijlijn,…)

i) de bal met arm of hand spelen, hem dragen, slaan of werpen

hand of arm naar de bal en hem raken is fout

bal naar de hand of arm (zonder beweging naar de bal) is geen fout

Begaat een speler een van deze overtredingen binnen het eigen strafschopgebied moet deze overtreding bestraft worden met een strafschop.

Een speler die een van de volgende overtredingen begaat wordt bestraft met een onrechtstreekse vrije schop:

a) spelen of zich gedragen op een manier die volgens de scheidsrechter

gevaarlijk is, bv.: voet te hoog als een speler de bal met het hoofd wil

spelen of ook omgekeerd, hoofd te laag als een speler de bal met de voet

wil spelen

b) zich schuldig maken aan vertragingsmaneuvers of spelbederf

c) de bal tegen de zoldering trappen (vrije schop vanop de dichtstbijzijnde zijlijn)

Een hielpas (het zogezegde hakje) kan de scheidsrechter slechts bestraffen indien hij die beoordeelt als gevaarlijk of brutaal spel!

13. De scheidsrechter kan een speler die zich schuldig maakt aan volgende vergrijpen uitwijzen d.m.v. een gele kaart:

a) aanhoudend de spelregels overtreden

b) door woorden of gebaren de scheidsrechterlijke beslissingen afkeuren of

bekritiseren

c) zich schuldig maken aan onbehoorlijk gedrag

Bij een gele kaart moet de speler de zaal verlaten, maar mag hij vervangen worden door een wisselspeler. Bij elke gele kaart volgt er een boete van 5€.

Een speler die op één seizoen 2x geel krijgt zal gestraft worden met één speeldag schorsing. De schorsing heeft plaats de 1ste speeldag na de speeldag waar de speler zijn 2de gele kaart kreeg.

Een speler moet definitief worden uitgesloten (rode kaart) indien:

a) hij zich schuldig maakt aan gewelddadig gedrag

b) hij zich schuldig maakt aan ruw spel

c) hij beledigende of onbehoorlijke taal gebruikt tegen scheidsrechter/publiek

d) hij zich voor de tweede maal schuldig maakt aan een vergrijp dat een

uitwijzing wettigt.

Bij rode kaart mag de uitgesloten speler NIET vervangen worden en hij moet onmiddellijk de zaal verlaten.

Bij een rode kaart tijdens de wedstrijd wordt een scheidsrechtersverslag opgemaakt en volgt er een boete van 15€. Een speler die rood krijgt, wordt onmiddellijk voor de volgende speeldag geschorst. Nadien beslist het bestuur, waar de overtredingen besproken worden, over eventuele sancties, rekening houdend met de ernst van het vergrijp en het verslag van de scheidsrechter. Indien nodig kan de speler gehoord worden.

14. Indien tijdens het spel het doel verplaatst wordt door toedoen van een speler oordeelt de scheidsrechter als volgt:

speler = verdediger : vrijwillig = strafschop

onvrijwillig = onrechtstreekse vrije schop tegen (vanaf middelpunt)

speler = aanvaller : vrijwillig = straf

onvrijwillig = onrechtstreekse vrije schop tegen(vanaf middelpunt)

15. Voor het leiden van een wedstrijd wordt een scheidsrechter aangeduid. Zijn bevoegdheden en de uitoefening van zijn macht, hem toegekend door de spelregels, nemen een aanvang op het ogenblik dat hij de inrichting waar het speelveld zich bevindt betreedt en eindigen zodra hij ze verlaat. Zijn beslissingen over feiten die tijdens de wedstrijd gebeuren zijn onherroepelijk voor wat betreft het resultaat van de wedstrijd. De scheidsrechter waakt over de toepassing van de spelregels. Hij neemt nota van incidenten en dit voor, tijdens en na de wedstrijd; hij zal hierover verslag uitbrengen. De scheidsrechter houdt de speeltijd bij en zorgt dat de wedstrijd de reglementaire duur heeft, hierbij rekening houdend met de verloren gegane tijd wegens ongeval of om het even welke andere reden. Hij heeft onbeperkte macht en bevoegdheid het spel te onderbreken voor elke overtreding van de spelregels en het spel te schorsen of definitief te staken zo hij dit nodig acht wegens de omstandigheden, gedrag van de toeschouwers of gelijk welke andere reden. Hij zal er evenwel over waken het spel niet te onderbreken indien hij van oordeel is hierdoor de overtredende ploeg te bevoordelen indien hij wel zou onderbreken (de zogenaamde balvoordeelregel).De scheidsrechter mag dus voordeel toekennen.